De Spaanse wielerwereld rouwt om Ángel Arroyo, die zondag op 70-jarige leeftijd overleed in het ziekenhuis van Ávila. De voormalige klassementsrenner, die in 1983 als tweede eindigde in de Tour de France, werd er enkele weken behandeld voor een ernstige ziekte. Zijn overlijden roept ook in België herinneringen op, want zijn meest omstreden wedstrijd bracht destijds een Belgische renner op een onverwacht podium.

Wie was Ángel Arroyo?

Arroyo Lanchas werd op 2 augustus 1956 geboren in El Barraco, een dorp in de provincie Ávila dat later nog meer klimmers zou voortbrengen. Hij reed van 1979 tot 1989 als profrenner, onder meer voor Moliner-Vereco, Zor en vooral Reynolds, de ploeg waarmee hij zijn grootste successen boekte.

Bij Reynolds reed hij samen met onder anderen Pedro Delgado en Rubén Gorospe en gold hij als een van de eerste Spaanse renners die na een lange magere periode weer meedeed om de ereplaatsen in de grote rondes.

Het hoogtepunt: tweede in de Tour de France van 1983

De absolute kroon op zijn carrière kwam er in de Tour de France van 1983. Arroyo eindigde als tweede in het eindklassement, enkel voorafgegaan door de Fransman Laurent Fignon, en bezorgde Spanje zijn eerste Tour-podium in jaren. Bovendien won hij de zware individuele tijdrit naar de Puy de Dôme, een beeld dat zijn carrière zou blijven definiëren.

Een debuterende ploeg met impact

Reynolds maakte dat jaar zijn debuut in de Tour, net als Arroyo zelf op dat niveau. Het resultaat betekende de terugkeer van Spanje op het hoogste niveau in het wielrennen, nadat het land jarenlang uit de prijzen was gebleven in de Franse rittenkoers.

Bevestiging in 1984

Een jaar later bevestigde Arroyo zijn niveau met opnieuw een ritzege in de Tour en een zesde plaats in het eindklassement, waarmee hij twee opeenvolgende seizoenen bij de beste ronderenners ter wereld stond.

De omstreden Vuelta van 1982 en een Belgische link

Arroyo's carrière bleef echter vooral verbonden met een bittere episode: de Vuelta a España van 1982. Hij reed als leider naar de eindstreep in Madrid, maar enkele dagen later bleek dat hij positief had getest op methylfenidaat na de rit naar de top van de Navacerrada. Hij kreeg tien minuten tijdstraf en zakte van de eerste naar de dertiende plaats in het eindklassement.

Marino Lejarreta werd daardoor alsnog tot winnaar uitgeroepen. Opvallend voor de Belgische lezer: door de herschikking klom Michel Pollentier, destijds rijdend voor Safir-Concorde, naar de tweede plaats in het eindklassement, zijn beste resultaat ooit in de Vuelta. In diezelfde editie reed ook Eddy Planckaert een ritzege bij elkaar, terwijl Claude Criquielion lange tijd meestreed voor de eindzege. Arroyo zelf is de schorsing altijd blijven ontkennen en noemde zijn verlies van de eindzege jarenlang onterecht.

Erfenis voor een nieuwe generatie

Na zijn loopbaan bleef Arroyo gelden als de renner die de weg plaveide voor een nieuwe lichting Spaanse klimmers. Pedro Delgado en later Miguel Indurain zouden in zijn voetsporen treden en uiteindelijk zelf de Tour de France winnen, iets wat Arroyo nooit lukte ondanks zijn sterke jaren 80.

Zijn stijl op de afdaling, met de borst op het stuur, bleef bij liefhebbers van die generatie wielrennen hangen als een herkenbaar beeld. Dat tijdperk van Spaanse en Belgische rittenkoersrenners wordt vandaag nog vaak vergeleken met de huidige generatie, waarin onder meer Remco Evenepoel de Spaans-Belgische rivaliteit in het wielrennen nieuw leven inblaast.

Wat volgt er?

Officiële afscheidsplechtigheden zijn voorlopig niet in detail bevestigd buiten de familiekring in Ávila. De Spaanse wielerbond en voormalige collega's uit het peloton van de jaren 80 hebben inmiddels wel hun medeleven betuigd na het nieuws van zijn overlijden.